Hervormingen van de wet inzake mede-eigendom

Hervormingen van de wet inzake mede-eigendom

Op 7 maart 2017 heeft een werkgroep, samengesteld door Minister van Justitie Koen Geens, een lijst met aanbevelingen voorgesteld om de wet op de mede-eigendom aan te passen.

De aanbevelingen zijn gesteund op 4 krachtlijnen die het appartementsrecht op structurele wijze moeten optimaliseren.

1. Flexibilisering in de werking van de vereniging van mede-eigenaars en haar organen

De belangen van een eigenaar die zelf in zijn appartement woont zijn vaak niet gelijklopend met die van een eigenaar die zijn appartement verhuurt. Beslissingen inzake grote investeringen zullen in de regel minder snel ondersteund worden door verhuurders.

De werkgroep stelt voor om de meerderheid binnen de algemene vergadering te versoepelen zodat de vereiste meerderheid bij belangrijke werken wordt teruggebracht van 3/4de tot 2/3de.

Deze wijziging is er op gericht de besluitvorming binnen de algemene vergadering te flexibiliseren en blokkeringen in de werking van de vereniging van mede-eigenaars te vermijden.

Om diezelfde reden wordt de figuur van de voorlopige bewindvoerder geïntroduceerd die zich in geval van een patstelling in de plaats van de algemene vergadering kan stellen.

Ook wordt voorgesteld om, in dezelfde logica en onder strikte voorwaarden, afstand te doen van de eenparigheidsvereiste die geldt voor een totale heropbouw.

2. Efficiëntie en transparantie

De werkgroep stelt, als tweede krachtlijn, voor om de statuten af te slanken en een grotere stabiliteit te geven. Hierdoor wordt vermeden dat de vereniging van mede-eigenaars systematisch voor de kleinste aanpassing via de notaris moet passeren.

Om een diligent beheer van het gebouw te stimuleren wordt een verplichte bijdrage aan het reservefonds voorgesteld. Op deze manier wordt vermeden dat de mede-eigenaars bij een grote investering het volledige bedrag in één keer op tafel moeten leggen.

Ook stelt de werkgroep voor om de syndicus meer mogelijkheden te geven om de bijdragen in de lasten te innen.

3. Herbalancering

De werkgroep stelt voor, op basis van het principe van de “de betaler beslist”, dat mede-eigenaars die voor bepaalde gemene delen alle kosten dragen ook als enige beslissen. Als voorbeeld kan verwezen worden naar iemand die op het gelijkvloers woont en niet bijdraagt tot de kosten van de lift. Deze mede-eigenaar zal niet mee beslissen wanneer de lift wordt vernieuwd.

De verhuurder-eigenaar, en niet langer de syndicus, zal zijn huurder op de hoogte moeten brengen van alle beslissingen.

Ook de de verhouding tussen de mede-eigenaars en de syndicus wordt aangepakt via een preciezere omschrijving van de inhoud van het syndicuscontract, met name wat de kosten betreft.

4. Verduidelijkingen

De vierde krachtlijn betreft aanbevelingen om onduidelijkheden die er waren na de wetswijziging in 2010 te verhelpen. Op een aantal vlakken bleef er immers, ook onder het nieuwe regime van 2010, rechtsonzekerheid bestaan.

Het is wachten tot deze voorstellen in een wetsontwerp worden gegoten dat vervolgens aan het parlement zal worden voorgelegd. Het valt geenszins uit te sluiten dat bepaalde voorstellen in de loop van het wetgevend proces zullen gewijzigd of aangevuld worden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd!